Kennisbank
Vreemdelingenbewaring
Uitleg over vreemdelingenbewaring: wie kan worden vastgehouden, hoe lang dat mag duren en hoe u tegen bewaring of beslissingen kunt opkomen.
Vreemdelingenbewaring betekent dat iemand wordt vastgehouden in verband met het vertrek uit Nederland. Het is geen straf, maar een bestuursrechtelijke maatregel: een besluit van de overheid waarop de Vreemdelingenwet 2000 van toepassing is. Welke verblijfsregels en klachtmogelijkheden gelden, hangt af van de wettelijke grond voor de bewaring.
Bewaring mag alleen als laatste middel
Iemand zonder verblijfsvergunning die Nederland moet verlaten, kan in vreemdelingenbewaring worden geplaatst om te voorkomen dat hij of zij zich aan uitzetting onttrekt. Dat mag alleen als in het persoonlijke geval geen alternatief beschikbaar is. Dit heet het *ultimum remedium*: een uiterst middel.
Bewaring moet zo kort mogelijk duren. De overheid mag iemand niet langer vasthouden dan noodzakelijk is voor het doel van de maatregel. Nederland heeft drie locaties voor vreemdelingenbewaring: detentiecentrum Rotterdam, detentiecentrum Schiphol en justitieel complex Zeist.
Bewaring wegens onrechtmatig verblijf
Bij een redelijk vermoeden dat iemand onrechtmatig in Nederland verblijft en niet zelfstandig zal vertrekken, kan aanhouding volgen. Artikel 50 Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) biedt de mogelijkheid iemand staande te houden. Daarna kan overbrenging plaatsvinden naar een verhoorlocatie, waar iemand maximaal zes uur mag worden opgehouden.
Als blijkt dat rechtmatig verblijf ontbreekt, kan bewaring in afwachting van uitzetting volgen. De wettelijke grond daarvoor staat in artikel 59, 59a of 59b Vw 2000. Ook hierbij geldt dat bewaring niet automatisch mag volgen: zij moet noodzakelijk zijn.
Voor deze groep geldt de Penitentiaire beginselenwet (Pbw) volledig. Het verblijf vindt plaats volgens het gemeenschapsregime van die wet.
Grensbewaring
Artikel 3 Vw 2000 maakt weigering van toegang tot Nederland mogelijk. Redenen kunnen zijn:
- het ontbreken van een geldig reisdocument of vereist visum;
- gevaar voor de openbare orde of nationale veiligheid;
- onvoldoende geld voor het verblijf of de verdere reis;
- het niet voldoen aan voorwaarden uit een algemene maatregel van bestuur, een regeling van de regering.
Wie aan de grens wordt geweigerd, kan op grond van artikel 6 Vw 2000 worden verplicht in grenslogies te blijven. Dat kan ook bij iemand die aan de grens een verblijfsvergunning wil aanvragen als bedoeld in artikel 28 Vw 2000.
In grenslogies wacht iemand op een beslissing over de verblijfsvergunning of op uitzetting. Hier geldt het Reglement regime grenslogies (Rrg), niet de Pbw. Dat verschil heeft vooral gevolgen voor de mogelijkheden om te klagen.
Gezinnen en minderjarigen
In Zeist is sinds 1 oktober 2014 een gesloten gezinsvoorziening (GGV). Daar verblijven vrouwen, gezinnen met minderjarige kinderen en alleenstaande minderjarigen in vreemdelingenbewaring. Gezinnen beschikken over een eigen woning; voor kinderen zijn er speelvoorzieningen en onderwijs.
Plaatsing gebeurt alleen als laatste middel en onder strenge voorwaarden. Er wordt rekening gehouden met de behoeften van kinderen en met gezins- en familiebanden.
Voor wie en hoe lang?
Voor de GGV gelden verschillende verblijfsduren:
- Gezinnen die gereed zijn voor vertrek: bij bewaring voor uitzetting op grond van artikel 59 of 59a Vw 2000 is het maximum in beginsel veertien dagen.
- Gezinnen in grensdetentie: bij bewaring op grond van artikel 6 Vw 2000, in afwachting van de asielbeslissing, is het maximum in beginsel dertig dagen.
- Alleenstaande minderjarigen: bij bewaring voor uitzetting op grond van artikel 59 Vw 2000 geldt een maximum van veertien dagen.
Slechts een beperkte groep komt in de GGV. De meeste gezinnen en alleenstaande minderjarigen die aan de buitengrens asiel aanvragen, gaan na screening naar de open asielprocedure in Ter Apel. Vertrek vindt doorgaans zelfstandig plaats vanuit een open gezinslocatie of andere opvang.
Bewaring kan alleen bij aantoonbaar niet meewerken aan zelfstandig vertrek én een aannemelijk risico dat iemand zich aan overheidstoezicht onttrekt. Bij plaatsing bestaat in beginsel al zicht op een vertrekmoment. Het uitgangspunt dat detentie een uiterst middel is, volgt ook uit internationale kinderrechten- en mensenrechtenregels.
Opvang van alleenstaande minderjarigen
Alleenstaande minderjarigen doorlopen dezelfde procedure als volwassenen, maar hebben recht op onderdak, onderwijs, gezondheidszorg en begeleiding. Zij krijgen een voogd en worden met begeleiding opgevangen in kleinschalige woonvoorzieningen van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA). Kinderen jonger dan 15 jaar worden onder verantwoordelijkheid van Stichting Nidos in pleeggezinnen opgevangen.
Vreemdelingen in het strafrecht
De aanduiding VRIS staat voor vreemdelingen in het strafrecht. Het gaat om mensen, met of zonder rechtmatig verblijf, die een strafbaar feit hebben gepleegd of daarvan worden verdacht.
Zij verblijven eerst voor hun straf of voorlopige hechtenis in het gewone gevangeniswezen. Tijdens die detentie wordt toegewerkt naar uitzetting. De Inspectie Justitie en Veiligheid constateerde in 2021 problemen met informatieoverdracht tussen betrokken organisaties. Daardoor kunnen mensen in Nederland blijven terwijl vertrek wel mogelijk en vereist is.
Vreemdelingen met tbs en dwangverpleging
Vreemdelingen met tbs en dwangverpleging vormen een bijzondere groep. De Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ) adviseerde in 2021 dat passende behandeling mogelijk moet zijn. Ook moeten een vlotte, veilige terugkeer in de samenleving en terugkeer naar het land van herkomst worden bevorderd, om uitzichtloze situaties te voorkomen.
Hoe lang mag vreemdelingenbewaring duren?
Voor vreemdelingen zonder rechtmatig verblijf noemen artikel 15, leden 5 en 6, van de Terugkeerrichtlijn en artikel 59, leden 5 en 6, Vw 2000 een maximum van zes maanden. Als uitzetting ondanks alle inspanningen meer tijd vergt, kan verlenging met maximaal twaalf maanden volgen. De totale duur kan daarmee oplopen tot achttien maanden.
Een maximumtermijn betekent niet dat bewaring zo lang mag duren zonder verdere beoordeling. Naarmate iemand langer vastzit, weegt het belang bij vrijlating zwaarder. Na zes maanden toetst de rechter het voortduren strenger. Uitgangspunt is dan dat het persoonlijke belang in beginsel voorgaat boven het algemene uitzettingsbelang.
In de rechtspraak zijn onder meer de volgende omstandigheden aanvaard voor voortzetting na zes maanden:
- een ongewenstverklaring of zware criminele antecedenten;
- agressief gedrag waarmee de feitelijke uitzetting wordt tegengewerkt;
- tegenwerking bij onderzoek naar identiteit of nationaliteit;
- verblijfsprocedures die na aanvang van de bewaring kennelijk worden gestart om uitzetting of verkrijging van reisdocumenten te vertragen;
- vrijwel volledige zekerheid dat uitzetting op korte termijn zal plaatsvinden.
Eisen aan het detentiecentrum en rechtspraak
Artikel 16, lid 1, van de Terugkeerrichtlijn verlangt een speciale inrichting voor vreemdelingenbewaring. Als plaatsing in een gevangenis toch nodig is, moeten vreemdelingen gescheiden blijven van strafrechtelijk gedetineerden.
Rotterdam
De Raad van State aanvaardde detentiecentrum Rotterdam als speciale inrichting. De afdelingen, looproutes en luchtplaatsen waren strikt gescheiden. Het gebruik van hetzelfde gebouw was daarom niet in strijd met de richtlijn (25 november 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2795).
De rechtbank Den Haag volgde dit oordeel en betrok daarbij dat ook de wachtruimtes gescheiden waren (27 januari 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:549).
Schiphol
Op 29 januari 2025 oordeelde de Raad van State dat Justitieel Complex Schiphol een gespecialiseerde bewaringsaccommodatie bleef, ondanks extra beperkingen door de ongebruikelijk grote instroom in november en december 2024 (ECLI:NL:RVS:2025:258).
De rechtbank Den Haag, locatie Amsterdam, kwam na een bezoek aan het complex op 31 januari 2025 tot een ander oordeel: het gevangenisachtige karakter maakte de vreemdelingendetentie volgens haar onrechtmatig (ECLI:NL:RBDHA:2025:1161).
Na beroep door de minister oordeelde de Raad van State op 26 februari 2025 opnieuw dat Schiphol geschikt was. Overeenkomsten met strafrechtelijke detentie maakten dat niet anders. De beperkingen gingen niet verder dan nodig voor grensdetentie en veiligheid (ECLI:NL:RVS:2025:789).
Beroep tegen de bewaring
Tegen de vrijheidsontneming zelf kunt u beroep instellen bij de rechtbank. Artikel 94 Vw 2000 biedt die mogelijkheid bij maatregelen op grond van artikel 6, 6a, 58, 59, 59a en 59b Vw 2000. Volgens artikel 69, lid 3, geldt daarvoor geen specifieke beroepstermijn.
Ook zonder eigen beroep volgt rechterlijke controle. De minister moet de rechtbank binnen vier weken na oplegging informeren als u nog geen beroep heeft ingesteld. De rechtbank beoordeelt of de bewaring wettelijk is toegestaan en bij afweging van alle belangen gerechtvaardigd is.
Tegen de rechtbankbeslissing kunt u binnen één week hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, op grond van artikel 95 Vw 2000.
Klagen over beslissingen tijdens het verblijf
Een klacht over de directeur is iets anders dan beroep tegen de bewaring zelf.
Bij bewaring op grond van artikel 59 Vw 2000
De artikelen 60 tot en met 68 Pbw gelden volledig. U kunt klagen over iedere beslissing die de directeur, of iemand namens de directeur, over u neemt. Tegen de uitspraak van de beklagcommissie is beroep bij de RSJ mogelijk op grond van artikel 69 Pbw.
Bij grensbewaring op grond van artikel 6 Vw 2000
Artikel 14 Rrg biedt een beperktere klachtmogelijkheid. U kunt klagen over:
- afzondering op grond van artikel 7, tweede lid, onder b;
- weigering van een bezoeker;
- afname van voorwerpen of stoffen als bedoeld in artikel 6;
- andere door of namens de directeur opgelegde maatregelen over uw verblijf die afwijken van wettelijke voorschriften.
Het Rrg kent geen beroep tegen de beslissing op zo'n klacht.
Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring: nog niet in werking
Het wetsvoorstel Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring is op 19 juni 2018 door de Tweede Kamer aangenomen, maar nog niet in werking getreden. Het beoogt één bestuursrechtelijk stelsel voor bewaring binnen Nederland en grensbewaring. De Pbw zou voor vreemdelingenbewaring vervallen en het Rrg zou worden ingetrokken.
In 2020 volgde een novelle: een voorstel om het eerdere wetsvoorstel te wijzigen. Die bevat onder meer een aangepast beoordelingskader en een nieuwe bewaringsgrond voor vreemdelingen buiten de genoemde Europese terugkeer-, opvang- en Dublinregels.
Voorgestelde lockdown
Een veelbesproken onderdeel is de lockdown. Volgens het voorgestelde artikel 5, lid 1, zou de directeur bij absolute noodzaak voor orde en veiligheid maximaal vier weken zo'n maatregel kunnen instellen. Het dagprogramma en de gebruikelijke insluitingsuren zouden mogen worden aangepast, maar dagelijks één uur luchten zou behouden blijven.
De directeur zou betrokkenen direct in begrijpelijke taal moeten informeren, de redenen moeten geven en de Commissie van Toezicht moeten inlichten.
De RSJ adviseerde in september 2020:
- uitleg verplicht te stellen waarom lichtere middelen onvoldoende zijn;
- aanvankelijk maximaal twee weken toe te staan, met zo nodig twee weken verlenging;
- de maatregel zoveel mogelijk te richten op degenen die de onveiligheid veroorzaken.
Amnesty International, Stichting LOS/Meldpunt Vreemdelingendetentie en Dokters van de Wereld waarschuwden in 2020 voor te ruime toepassing van isolatie en mogelijke ernstige psychische of lichamelijke gevolgen.
In 2022 werd uitstel van behandeling gevraagd voor aanpassingen, onder meer rond coronamaatregelen, privacyregels en rechtspraak. In 2023 volgde een internetconsultatie. Op 20 december 2024 vroeg de minister opnieuw om uitstel, in afwachting van een gewijzigde novelle. De voorgestelde lockdownregels zijn dus geen geldend recht uit deze wet.
Wat betekent dit voor u?
- Controleer de grondslag van uw bewaring. Artikel 6 en artikel 59 Vw 2000 leiden tot verschillende verblijfsregels en klachtmogelijkheden.
- Bespreek alternatieven en de noodzaak met uw advocaat. Bewaring hoort een laatste middel te blijven, ook als een maximumtermijn nog niet is bereikt.
- Maak onderscheid tussen procedures. De rechter beoordeelt de vrijheidsontneming; de beklagprocedure gaat over beslissingen tijdens uw verblijf.
- Let op de termijn voor hoger beroep. Tegen de rechtbankbeslissing over bewaring geldt één week.
- Vraag bij gezinsbewaring naar de plaatsingsgrond en het vertrekperspectief. Voor gezinnen en minderjarigen gelden afzonderlijke voorwaarden en korte verblijfsduren.
Let op
Deze pagina is geschreven vanuit de expertise van Mr. S.P.C. (Stan) Broekmans, gespecialiseerd in detentierecht bij Hameleers Antonides Advocaten. Heeft u een vraag over uw eigen situatie? Neem dan contact op; een eerste inschatting kost u niets.
Vragen over uw situatie?
Bel voor een gratis eerste inschatting of laat uw gegevens achter; u wordt zo snel mogelijk teruggebeld door een advocaat die gespecialiseerd is in detentierecht.