Kennisbank
Terroristenafdeling
Lees wie op een terroristenafdeling kan worden geplaatst, welke regels daar gelden en wat de mogelijkheden zijn voor overplaatsing en beroep.
Een verblijf op een terroristenafdeling (TA) betekent extra beveiliging en minder mogelijkheden voor contact en activiteiten dan op een gewone gevangenisafdeling. Niet alleen veroordeelden, maar ook verdachten kunnen er worden geplaatst. Voor plaatsing, voortzetting van het verblijf en overplaatsing gelden afzonderlijke regels.
De terroristenafdeling in het gevangeniswezen
De TA bestaat sinds 2006 en is een afdeling voor bijzondere opvang volgens artikel 14 van de Penitentiaire beginselenwet (Pbw). Nederland heeft zes TA’s, verdeeld over drie penitentiaire inrichtingen:
- PI Vught: voor mannen;
- PI Rotterdam, locatie De Schie: voor mannen;
- PI Zwolle: voor vrouwen.
Gedetineerden verblijven in kleine groepen van ongeveer vijf tot zeven personen. Door mensen met een terroristische achtergrond afzonderlijk onder te brengen, wil de overheid voorkomen dat zij andere gedetineerden radicaliseren of werven. Ook binnen de TA wordt gekeken welke groepssamenstelling ongewenste contacten en beïnvloeding zo veel mogelijk voorkomt.
Wie kan op de TA worden geplaatst?
Artikel 20a van de Regeling selectie, plaatsing en overplaatsing gedetineerden (Rspog) kent drie gronden:
- U wordt verdacht van een terroristisch misdrijf.
- U bent daarvoor veroordeeld. De veroordeling hoeft nog niet definitief te zijn.
- U heeft vóór of tijdens uw detentie een radicaliserende boodschap uitgedragen of verspreid. Hieronder vallen ook wervingsactiviteiten die botsen met de openbare orde en veiligheid of de veiligheid binnen de inrichting.
Bij verdenking of veroordeling gaat het om misdrijven uit artikel 83 van het Wetboek van Strafrecht. Deze groepen komen op grond van de regeling rechtstreeks voor TA-plaatsing in aanmerking. Voor plaatsing wegens het verspreiden van radicaliserende boodschappen is geen verdenking of veroordeling voor een terroristisch misdrijf nodig.
Wie aan een plaatsingsgrond voldoet, wordt in beginsel op de TA geplaatst. Dat gebeurt niet als informatie van het Openbaar Ministerie (OM) of het Gedetineerden Recherche Informatie Punt (GRIP) laat zien dat dit niet noodzakelijk is. GRIP ondersteunt de informatie-uitwisseling tussen politie, OM en de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) over veiligheid.
Volgens de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ) schendt TA-plaatsing van een verdachte niet het uitgangspunt dat iemand onschuldig is totdat schuld is vastgesteld. Dat uitgangspunt staat in artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM).
Hoe wordt de plaatsing bepaald?
De selectiefunctionaris beslist namens de minister over TA-plaatsing en de inrichting waar u naartoe gaat. Dit volgt uit artikel 15 Pbw. Heeft die inrichting meerdere TA’s, dan bepaalt de directeur op grond van artikel 16 Pbw op welke afdeling u verblijft.
Binnenkomst en risicobeoordeling
Mannen komen eerst op de inkomstenafdeling in Vught; vrouwen in Zwolle. Deze eerste fase duurt maximaal tien weken. In die periode wordt informatie verzameld voor een risicoprofiel:
- observaties van personeel en een psycholoog;
- een risico-inschatting van Reclassering Nederland met de methode VERA-2R;
- een risicoanalyse van GRIP.
VERA-2R beoordeelt risico’s rond gewelddadig extremisme met 34 indicatoren. De verzamelde informatie helpt bepalen welke afdeling passend is.
DJI probeert leiders en ideologen zo veel mogelijk apart van volgers te plaatsen. Verder kunnen onder meer geslacht, kwetsbaarheid, beïnvloedbaarheid, geschiktheid voor een groep, boosheid, frustratie, criminele achtergrond en herkomst uit een strijdgebied meewegen.
Het dagprogramma en contact met anderen
Op de TA geldt een individueel regime op grond van de artikelen 8 en 19 Pbw. Dit betekent dat de directeur bepaalt welke activiteiten u alleen of samen met anderen doet (artikel 21 Pbw). Goed gedrag speelt mee bij de ruimte die u krijgt om aan activiteiten deel te nemen (artikel 22 Pbw). Afzondering van andere gedetineerden en vergaande beperkingen zijn daardoor mogelijk.
Volgens DJI omvat het dagprogramma wekelijks 36 uur, waaronder 10 uur arbeid. Die 36 uur vormen ook de tijd buiten de cel. Het programma omvat onder meer onderwijs, sport, recreatie, buitenlucht en geestelijke verzorging. De daadwerkelijke mogelijkheden voor arbeid hangen mede af van het risicoprofiel en verschillen per TA.
Voor contact met de buitenwereld gelden:
- één uur bezoek per week;
- vier belmomenten per week van tien minuten;
- mogelijkheden om contact te onderhouden met uw advocaat.
Grenzen aan afzondering
Artikel 3 EVRM verbiedt foltering en onmenselijke of vernederende behandeling. Volgens de RSJ zijn de beperkingen van het TA-regime daarmee niet in strijd zolang iemand niet volledig van anderen wordt geïsoleerd, enige activiteiten krijgt aangeboden en bezoek kan ontvangen. De feitelijke omstandigheden blijven dus van belang.
In De Schie wordt voor het luchten standaard een afzonderlijke, overkoepelde luchtplaats gebruikt. De RSJ behandelde een klacht daartegen niet inhoudelijk, omdat deze was gericht tegen een algemene regel (RSJ 8 oktober 2018, R-140).
Extra toezicht en veiligheidsmaatregelen
Telefoongesprekken en gesprekken tijdens bezoek worden opgenomen en gecontroleerd. Een uitzondering geldt voor gesprekken met beschermde, zogenoemde geprivilegieerde contacten, zoals uw advocaat. Verder wordt inkomende en uitgaande correspondentie gecontroleerd en zijn er vaker celinspecties dan op gewone afdelingen.
Contact met een advocaat kan wel worden ingepland. Volgens de huisregels van de TA in De Schie vraagt een gedetineerde dit aan bij het personeel, waarna het tijdstip wordt afgestemd. In een zaak vond de RSJ het niet onredelijk dat een verzoek om de advocaat te spreken werd geweigerd vanwege vervoer dat later die dag gepland stond (RSJ 17 mei 2019, R-18/134/GA).
Visitatie
Na rechtstreeks contact met de buitenwereld worden TA-gedetineerden gevisiteerd: het lichaam wordt bekeken ter controle. Dit raakt het recht op privéleven uit artikel 8 EVRM.
De RSJ heeft standaardvisitatie binnen het TA-beleid in een zaak toegestaan. Artikel 29 Pbw bood daarvoor een wettelijke basis. De maatregel werd noodzakelijk en niet onevenredig gevonden, waarbij mee woog dat geen sprake was van stelselmatige visitaties over een langere periode (RSJ 24 juni 2016, 15/3875/GA).
Wanneer kunt u de TA verlaten?
Overplaatsing richting het einde van de straf
Artikel 26a Rspog regelt uitstroom voor gedetineerden die vanwege een veroordeling voor een terroristisch misdrijf op de TA verblijven. Daarvoor gelden twee voorwaarden tegelijk:
- U heeft een derde ondergaan van de definitief opgelegde vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel.
- Het resterende deel bedraagt minimaal vier maanden en maximaal één jaar.
Overplaatsing naar een regulier regime is bedoeld om de terugkeer in de samenleving verder voor te bereiden, onder meer met verlofmogelijkheden. Eerst volgt altijd plaatsing in een GVM-hoog-inrichting. Daar geldt extra toezicht vanwege vluchtgevaar en maatschappelijk risico.
Deze uitstroomregeling geldt niet bij:
- uitlevering of dreigende uitlevering;
- een verhoogd maatschappelijk risico als u ontsnapt;
- het uitdragen of verspreiden van een radicaliserende boodschap gedurende het laatste jaar op de TA.
Jaarlijkse beoordeling bij radicaliserende boodschappen
Bent u geplaatst vanwege het verspreiden of uitdragen van radicaliserende boodschappen, dan moet de selectiefunctionaris iedere twaalf maanden uit eigen beweging beslissen over verlenging. De eerste beoordeling volgt twaalf maanden na plaatsing. Dit staat in artikel 26b Rspog.
Eerdere overplaatsing en bijzondere omstandigheden
Iedere TA-gedetineerde kan op grond van artikel 18 Pbw op elk moment om overplaatsing vragen. De RSJ heeft verschillende situaties benoemd waarin voortgezet TA-verblijf problematisch kan zijn:
- Psychische problemen en verblijfsomstandigheden: deze moeten in samenhang worden beoordeeld. Langdurig sociaal isolement en ernstige, reële bedreiging moeten worden voorkomen.
- Minder dan vier maanden strafrestant: ook dan moet uitstroom mogelijk kunnen zijn met het oog op terugkeer in de samenleving (RSJ 14 maart 2018, 17/3491/GB).
- Een lopend hoger beroep: het ontbreken van een definitieve veroordeling verhindert eerdere uitstroom niet. De RSJ verwees daarbij naar de uitzonderingen van artikel 26a Rspog (RSJ 17 juli 2018, R-54 en 29 januari 2019, R-18/1736/GB).
Een vrijspraak betekent niet altijd dat het TA-verblijf eindigt. De RSJ accepteerde een afwijzing van overplaatsing nadat iemand was vrijgesproken, omdat het OM nog verdenkingen had en hoger beroep had ingesteld (RSJ 7 juni 2022, 21/25068/GB).
Klagen en beroep tegen plaatsingsbeslissingen
Tegen een beslissing van de selectiefunctionaris over plaatsing in of uitstroom uit de TA kunt u niet klagen bij de Commissie van Toezicht. De beslissing komt namelijk niet van de directeur.
Bij afwijzing van een overplaatsingsverzoek kunt u beroep instellen bij de RSJ, op grond van artikel 72 lid 1 Pbw. Tegen toewijzing van zo’n verzoek staat geen rechtsmiddel open.
Maak daarom onderscheid tussen uw plaatsing op de TA en de uitvoering van het regime. Het voorbeeld van de overkoepelde luchtplaats laat bovendien zien dat een klacht tegen een algemene regel niet inhoudelijk hoeft te worden behandeld.
Onderzoek naar omstandigheden en terugkeer
Kritiek en toezicht
Het Europese comité tegen foltering en onmenselijke behandeling (CPT) was in 2016 kritisch over het activiteitenaanbod en de beperkte tijd buiten de cel in De Schie. Volgens het CPT kunnen slechte detentieomstandigheden en onevenredige maatregelen radicalisering juist bevorderen. In 2022 vond het comité het regime en verschillende veiligheidsmaatregelen in Vught buitensporig beperkend. Zwolle kende minder strenge omstandigheden. Voor beide locaties adviseerde het CPT meer ondersteuning en activiteiten tegen radicalisering.
Amnesty International bekritiseerde in 2017 onder meer automatische plaatsing, langdurig alleen verblijven, ingrijpende controles en onvoldoende effectieve rechtsbescherming. De minister stelde in 2018 dat de TA aan mensenrechtennormen voldeed, maar erkende het belang van individuele risicobeoordeling. Sinds 2016 wordt een gedifferentieerd plaatsingsbeleid gevoerd, met maatregelen afgestemd op het risicoprofiel.
De Inspectie Justitie en Veiligheid oordeelde in 2018 overwegend positief over rechten, activiteiten en re-integratie in Vught en De Schie. Wel waren er aandachtspunten rond VERA-2R, beschikbare risico-informatie, personeelscompetenties en structurele samenwerking met andere organisaties.
Begeleiding, opleiding en familie
Onderzoeken uit 2021 benadrukten ruimere onderwijs- en arbeidsmogelijkheden, ondersteuning door familie en het sociale netwerk, en aandacht voor blijvende radicale overtuigingen. Bestaande trainingen bestreken op papier de zeven aandachtsterreinen van DJI: familiesteun, sociaal netwerk, identiteit, heroverweging van ideologie, praktische levenszaken, weerbaarheid en aansluiting van begeleiding bij de persoon.
Onderzoekers adviseerden betere registratie en bekendheid van deze begeleiding, meer waardevol familiecontact en aandacht voor het leefklimaat op de TA. In de beleidsreactie van 26 oktober 2021 werden onder meer ruimere opleidings- en arbeidsmogelijkheden, centrale registratie, informatiebladen en verdere personeelsopleiding aangekondigd.
Het Programma Aanpak Radicalisering en Extremisme van DJI organiseert multidisciplinair overleg over alle TA-gedetineerden. Daarbij zijn onder meer reclassering en gemeenten betrokken om begeleiding op elkaar te laten aansluiten. Vanuit dit overleg werden ook buddytrajecten gestart om sociale steun te versterken.
Terugval in strafbaar gedrag
Een WODC-publicatie uit 2022 meldde dat 14 procent van voormalige TA-gedetineerden binnen twee jaar opnieuw een delict pleegde; voor terroristische delicten was dit 4 procent. Voor de afzonderlijk genoemde groep terrorismeveroordeelden bedroeg de algemene terugval 24,2 procent, tegenover 47 procent onder reguliere ex-gedetineerden binnen twee jaar. Deze cijfers betreffen verschillende groepen en soorten terugval. Vanwege de kleine uitstroomaantallen werd een nieuwe meting na vier jaar aanbevolen.
Wat betekent dit voor u?
- Controleer uw plaatsingsgrond. Die bepaalt mede welke regels voor herbeoordeling en uitstroom gelden.
- Bespreek het risicoprofiel. Het beïnvloedt de afdelingskeuze, veiligheidsmaatregelen en activiteiten.
- Maak concrete gevolgen bespreekbaar. Psychische klachten, isolement en bedreiging kunnen relevant zijn voor voortzetting van het verblijf.
- Bereid overplaatsing voor. Bespreek strafrestant, opleiding, werk, begeleiding en familiecontact met uw advocaat.
- Kies de juiste procedure. Een afgewezen overplaatsingsverzoek hoort bij de RSJ, niet bij de Commissie van Toezicht.
Voor familie geldt dat bezoek en bellen beperkt zijn en doorgaans worden gecontroleerd. Tegelijkertijd wordt steun vanuit familie en andere vertrouwde contacten gezien als een wezenlijk onderdeel van de voorbereiding op terugkeer.
Let op
Deze pagina is geschreven vanuit de expertise van Mr. S.P.C. (Stan) Broekmans, gespecialiseerd in detentierecht bij Hameleers Antonides Advocaten. Heeft u een vraag over uw eigen situatie? Neem dan contact op; een eerste inschatting kost u niets.
Vragen over uw situatie?
Bel voor een gratis eerste inschatting of laat uw gegevens achter; u wordt zo snel mogelijk teruggebeld door een advocaat die gespecialiseerd is in detentierecht.