Kennisbank
Promoveren en degraderen
Uw gedrag bepaalt of u in het basis- of plusprogramma verblijft. Lees welke regels gelden en wanneer u daarover kunt klagen.
Uw gedrag tijdens detentie kan bepalen hoeveel activiteiten en vrijheden u binnen de inrichting krijgt. Promoveren betekent dat u naar het uitgebreidere plusprogramma gaat; degraderen betekent terugplaatsing in het basisprogramma. Voor die beslissingen gelden regels over gedragsbeoordeling, persoonlijke omstandigheden en schriftelijke uitleg.
Gevangeniswezen: het basis- en plusprogramma
Het beoordelingssysteem staat in de Regeling selectie, plaatsing en overplaatsing van gedetineerden (Rspog). Het huidige toetsingskader geldt sinds 1 oktober 2020 en onderscheidt gewenst, ongewenst en ontoelaatbaar gedrag.
Basisprogramma
Het basisprogramma wordt aangeboden in de gevangenis en het huis van bewaring. Het omvat 42,5 uur per week, met daarbinnen ten minste 22,5 uur activiteiten en bezoek. Zonder activiteiten verblijft u op cel. De uren staan in artikel 3, tweede lid, onder a, van de Penitentiaire maatregel.
Plusprogramma
Alleen de gevangenis biedt een plusprogramma aan. Dit bevat 59 uur activiteiten per week en omvat naast het basisprogramma onder meer:
- extra mogelijkheden voor onderwijs;
- gekwalificeerde arbeid of werk met meer vrijheden;
- activiteiten gericht op gedragsverandering;
- extra ondersteuning bij terugkeer in de samenleving;
- mogelijkheden om voorkeuren voor activiteitentijden aan te geven.
Dit volgt uit artikel 1, onder j, Rspog en artikel 3, tweede lid, onder b, Penitentiaire maatregel.
Het plusprogramma is een eerste stap naar verdere vrijheden, zoals verlof, een Beperkt Beveiligde Afdeling (BBA) of een penitentiair programma (PP). Alleen op het beslismoment in het plusprogramma zitten is daarvoor niet voldoende: ook eerder gedrag telt mee. Sinds 1 januari 2025 telt de periode in het huis van bewaring vóór de laatste zes weken daarbij niet meer mee.
Huis van bewaring: andere regels sinds 2025
Sinds 1 januari 2025 vervallen tijdens de voorlopige hechtenis de gewone zeswekelijkse gedragsrapportages voor promoveren en degraderen. Dit is verwerkt in artikel 1d, derde lid, en artikel 1e Rspog.
Voor de overgang naar de gevangenis wordt het gedrag wel beoordeeld. Zodra het vonnis binnen is en de einddatum bekend is, maakt de casemanager een selectieadvies: een advies voor de overplaatsing. Uw gedrag wordt vervolgens besproken om te bepalen of u in de gevangenis naar het basis- of plusprogramma gaat. De laatste zes weken in het huis van bewaring vormen daarbij het uitgangspunt.
Bij bijzonderheden vindt ook beoordeling plaats in de periode vanaf zes weken vóór het indienen van het selectieadvies tot de daadwerkelijke overplaatsing. Relevante bijzonderheden worden vastgelegd in uw detentie- en re-integratieplan. Dat kan gaan om zorg, veiligheid, basisvoorwaarden voor terugkeer of uw sociale netwerk.
Wie valt buiten het systeem?
Het toetsingskader geldt in beginsel voor gedetineerden in de gevangenis. Naast de aparte positie van het huis van bewaring bestaan uitzonderingen, waaronder:
- gedetineerden die vrijkomen vóór het tweede multidisciplinaire overleg, in de negende of tiende week;
- gedetineerden voor wie het Openbaar Ministerie een ISD-maatregel vordert en gedetineerden die deze maatregel ondergaan; ISD staat voor Inrichting voor Stelselmatige Daders;
- plaatsing in een Uitgebreid Beveiligde Inrichting, waaronder de afdeling voor beheersproblematische gedetineerden (BPG) en de Terroristenafdeling;
- verblijf in de Extra Beveiligde Inrichting, het Pieter Baan Centrum, een Penitentiair Psychiatrisch Centrum of het Justitieel Medisch Centrum;
- verblijf in het arrestantenregime.
Op ISD-afdelingen wordt gedrag op een andere manier beoordeeld. De Afdeling Intensief Toezicht in PI Leeuwarden is juist niet uitgesloten van het toetsingskader. De uitzonderingen zijn geregeld in artikel 1e Rspog.
Hoe verloopt de beoordeling?
Intake, plan en overleg
Bij binnenkomst volgen screening, intake en een trajectgesprek. U begint normaal gesproken in het basisprogramma. Een zelfmelder, iemand die zichzelf meldt om de straf te ondergaan, wordt bij binnenkomst gepromoveerd (artikel 1d, zevende lid, Rspog).
Binnen vier weken wordt tijdens het eerste multidisciplinair overleg (MDO) uw detentie- en re-integratieplan vastgesteld. Dit D&R-plan bevat doelen en acties voor uw detentie en terugkeer. In het MDO bespreken verschillende medewerkers uw voortgang.
Daarna rapporteren onder meer de mentor, casemanager, arbeidsmedewerker, onderwijsmedewerker, sportmedewerker en trainer. De overlegcyclus duurt maximaal zes weken. Lang- en levenslanggestraften worden elke drie maanden besproken. Als langgestraft geldt doorgaans iemand met minimaal tien jaar strafrestant. Uw mentor informeert u over de uitkomst.
Wie beslist?
Volgens artikel 1d, eerste lid, Rspog beslist de directeur en adviseert het MDO. De directeur mag deze bevoegdheid echter overdragen, bijvoorbeeld aan het MDO. Het gaat niet om beslissingen die volgens artikel 5, vierde lid, Penitentiaire beginselenwet (Pbw) uitsluitend door de directeur zelf mogen worden genomen.
Persoonlijke mogelijkheden tellen mee
Van u wordt inzet verwacht, maar de beoordeling moet aansluiten op wat u kunt. Een licht verstandelijke beperking of psychiatrische stoornis kan bijvoorbeeld invloed hebben op uw gedrag. Uw doelen en eventuele begeleiding moeten daarop worden afgestemd.
Het psycho-medisch overleg (PMO) kan de directeur hierover adviseren. Bij de inkomstenafdeling en de Extra Zorg Voorziening neemt de psycholoog namens het PMO deel aan het MDO; elders kan dat op verzoek of eigen initiatief.
Ook wanneer niet alles goed gaat, kan een positief promotieadvies volgen. Een overwegend positieve ontwikkeling of persoonlijke verklaring voor ongewenst gedrag kan daarvoor aanleiding zijn.
Welk gedrag is nodig voor promotie?
Artikel 1d, derde lid, Rspog gaat uit van zes weken gewenst gedrag na plaatsing in de gevangenis. De beoordeling betreft twee gebieden: re-integratie en resocialisatie, oftewel werken aan terugkeer, en verblijf en leefbaarheid, oftewel het dagelijks samenleven.
Gewenst gedrag omvat onder meer:
- meewerken aan onderzoek en intake;
- actief bijdragen aan uw D&R-plan en dit uitvoeren;
- deelnemen aan het dagprogramma en meewerken aan arbeid;
- regels en afspraken naleven;
- aanspreekbaar zijn op uw gedrag;
- geen alcohol of drugs gebruiken en meewerken aan urinecontroles.
Niet meewerken aan deze onderdelen kan als ongewenst gedrag worden beoordeeld. De criteria staan in de bijlagen bij de Rspog: bijlage 1 voor gedetineerden en bijlage 2 voor vreemdelingen in de zin van artikel 8 Vreemdelingenwet 2000.
Arbeid is niet verplicht. Niet meewerken kan wel gevolgen hebben voor het plusprogramma. Promotie blijft mogelijk als op een andere manier blijkt dat u voldoende verantwoordelijkheid neemt voor uw terugkeer. Dit volgt uit RSJ-uitspraken van 29 augustus 2022 en 4 april 2023.
Ook alleen het ontkennen van uw delict is in beginsel onvoldoende om verblijf in het plusprogramma te weigeren of u te degraderen. De Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ) bevestigde dit onder meer op 28 juni 2022.
Wanneer mag de inrichting u degraderen?
Ongewenst gedrag
Als u in het plusprogramma niet het gewenste gedrag laat zien, kan degradatie volgen op grond van artikel 1d, vierde lid, Rspog. De directeur moet concreet aangeven welk gedrag daarvoor aanleiding geeft en inzichtelijk uitleggen hoe de belangen zijn afgewogen.
Dat één incident niet zonder meer genoeg is, blijkt uit KC 2022/004. Een gedetineerde kreeg geen promotie vanwege één incident, waarvoor een lichte, voorwaardelijke straf was opgelegd. Verder gedroeg hij zich goed. De beklagrechter vond de onderbouwing onvoldoende en kende € 45 tegemoetkoming toe.
In KC 2021/046 ontbrak uitleg over mogelijke verstandelijke beperkingen en de vraag hoeveel verwijt de gedetineerde kon worden gemaakt. De directeur moest daarom opnieuw beslissen.
Ontoelaatbaar gedrag
Bij ontoelaatbaar gedrag volgt directe degradatie op grond van artikel 1d, vijfde lid, Rspog. Daaronder vallen:
- verwijtbaar te laat of niet terugkomen van verlof;
- verboden goederen binnenbrengen, bezitten of verhandelen;
- fysieke agressie of ernstige bedreiging van personeel of medegedetineerden;
- ontsnappen of een ontsnappingspoging;
- vervolging voor het plegen of medeplegen van een misdrijf tijdens detentie;
- alcohol- of drugsgebruik, weigeren van een drugstest of fraude daarmee.
De directeur hoeft het MDO niet af te wachten. Een brede gedragsbeoordeling en belangenafweging zijn hierbij niet vereist. Ontoelaatbaar gedrag kan ook promotie tegenhouden als u nog in het basisprogramma zit. De RSJ bevestigde dat op 3 november 2025.
Hoe lang duurt de uitsluiting?
De directeur bepaalt hoelang u gewenst gedrag moet tonen voordat promotie opnieuw mogelijk is. Dat is minimaal zes weken. Een langere periode vereist extra uitleg. Volgens artikel 1d, zesde lid, Rspog moeten daarbij worden betrokken:
- aard en ernst van het gedrag;
- gevolgen voor orde, veiligheid of het ongestoorde verloop van de detentie;
- de vraag of sprake was van opzet;
- uw gedrag over langere tijd;
- de duur van een eventuele straf van de strafrechter.
Herhaald ernstig verstorend gedrag kan een langere uitsluiting rechtvaardigen. Uitsluiting voor de volledige detentie mag niet: opnieuw promoveren moet mogelijk blijven.
Schriftelijke beslissing en overplaatsing
De periodieke beslissing moet schriftelijk, met uitleg, aan u worden uitgereikt. Daaruit moet blijken welke gedragingen en overwegingen bepalend waren. Dit maakt controle in beklag en beroep mogelijk. Bij het ontbreken van een schriftelijke promotiebeslissing hanteerde de RSJ een tegemoetkoming van € 5 per week.
Bij overplaatsing begint de beoordelingstermijn niet opnieuw. De ontvangende inrichting moet aansluiten bij de eerdere termijn, besluiten en gedragsinformatie. Ook goed gedrag uit de vorige inrichting telt mee. De RSJ oordeelde op 18 juni 2018 dat eerder goed gedrag op de BPG onvoldoende was betrokken bij plaatsing in het basisprogramma.
Een nieuwe schriftelijke beslissing is niet altijd nodig. Op 21 maart 2017 accepteerde de RSJ dat de ontvangende directeur voortbouwde op een ontvangen degradatiebesluit van drie dagen vóór binnenkomst.
Overplaatsing wegens een incident betekent niet automatisch degradatie. In KC 2021/014 ontbrak een degradatiebesluit en betwistte de gedetineerde direct de informatie in het selectieadvies. Zijn verblijf van een week in het basisprogramma werd onredelijk gevonden; hij kreeg € 5 tegemoetkoming.
Ook wachten op uitvoering van promotie kan tot een tegemoetkoming leiden. Op 3 november 2021 kende de RSJ € 2 per dag toe aan iemand die negen dagen op een plek in het plusprogramma moest wachten.
Klagen en beroep
Tegen niet promoveren of degraderen kunt u beklag indienen bij de Commissie van Toezicht op grond van artikel 60, eerste lid, Pbw. Ook als een beslissing uitblijft, kunt u klagen; dat volgt uit het tweede lid.
Een afzonderlijke gedragsbeoordeling door bijvoorbeeld een medewerker is niet zelfstandig beklagwaardig: dat is geen directeursbeslissing. Uw bezwaren daartegen kunt u betrekken bij uw klacht over de uiteindelijke beslissing.
Zowel u als de directeur kan tegen de uitspraak van de beklagcommissie beroep instellen bij de RSJ (artikel 69 Pbw).
Wat betekent dit voor u?
- Bespreek haalbare doelen. Geef bij intake en gesprekken aan welke beperkingen of omstandigheden uw inzet beïnvloeden.
- Vraag om concrete uitleg. Welk gedrag houdt promotie tegen, en wat moet veranderen?
- Controleer de schriftelijke beslissing. Bij ongewenst gedrag moet de belangenafweging begrijpelijk zijn; een uitsluiting langer dan zes weken vraagt nadere motivering.
- Let op bij overplaatsing. Meld onjuiste informatie over uw programma of degradatie en wijs op eerder goed gedrag.
- Bewaar uw stukken. Uw D&R-plan en eerdere beslissingen helpen om te controleren of de beoordeling klopt en om een klacht toe te lichten.
Let op
Deze pagina is geschreven vanuit de expertise van Mr. S.P.C. (Stan) Broekmans, gespecialiseerd in detentierecht bij Hameleers Antonides Advocaten. Heeft u een vraag over uw eigen situatie? Neem dan contact op; een eerste inschatting kost u niets.
Vragen over uw situatie?
Bel voor een gratis eerste inschatting of laat uw gegevens achter; u wordt zo snel mogelijk teruggebeld door een advocaat die gespecialiseerd is in detentierecht.