Kennisbank
Levenslange gevangenisstraf
Levenslang kan werkelijk levenslang duren, maar er moet perspectief op vrijlating zijn. Lees over herbeoordeling, gratie, verlof en rechten.
Een levenslange gevangenisstraf kan betekenen dat iemand nooit meer vrijkomt. Toch moet er een werkelijke mogelijkheid bestaan om de voortzetting van de straf te laten beoordelen. Daarbij tellen onder meer de ontwikkeling van de gedetineerde, veiligheidsrisico’s en de gevolgen voor slachtoffers en nabestaanden mee.
Wanneer kan levenslang worden opgelegd?
Artikel 10 van het Wetboek van Strafrecht maakt levenslange gevangenisstraf mogelijk. Het is de zwaarste straf in Nederland. Zij kan worden opgelegd voor onder meer het moedwillig doden van iemand, misdrijven tegen de staatsveiligheid, misdrijven tegen de algemene veiligheid van personen en terroristische misdrijven. Relevante bepalingen zijn onder andere artikel 92 Sr en verder, artikel 108 Sr, artikel 168 Sr en artikel 282b Sr.
Voor jeugdigen tussen 12 en 18 jaar is levenslang uitgesloten. Op 31 december 2025 waren er in Nederland 65 levenslanggestraften: 49 met een onherroepelijke veroordeling en 16 zonder onherroepelijke veroordeling. Onherroepelijk betekent dat de veroordeling definitief is geworden.
Er moet uitzicht op vrijlating bestaan
Artikel 3 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) verbiedt foltering en onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing. Volgens het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) is levenslang niet op zichzelf verboden. Een straf zonder daadwerkelijk perspectief op mogelijke vrijlating is dat wel.
In *Vinter en anderen tegen het Verenigd Koninkrijk* uit 2013 stelde het EHRM eisen aan de herbeoordeling:
- Vanaf de veroordeling moet er een reëel vooruitzicht op mogelijke terugkeer bestaan, zowel volgens de regels als in de praktijk.
- Uiterlijk na 25 jaar moet worden onderzocht of persoonlijke veranderingen en vooruitgang in resocialisatie maken dat verdere detentie geen gerechtvaardigd strafdoel meer dient.
- De beoordeling moet steunen op actuele informatie, vooraf vastgestelde objectieve criteria en voldoende procedurele waarborgen.
Resocialisatie betekent werken aan het kunnen functioneren in de samenleving. Strafdoelen zijn bijvoorbeeld vergelding, het voorkomen van nieuwe misdrijven en rehabilitatie. Het gewicht van deze doelen kan tijdens een lange detentie veranderen. Staten hebben enige ruimte om hun beoordelingsprocedure vorm te geven.
Zorg moet ontwikkeling mogelijk maken
In *Murray tegen Nederland* uit 2016 stelde het EHRM een schending van artikel 3 EVRM vast. Murray had geen behandeling gekregen voor zijn psychische of psychiatrische problemen. Daardoor ontbrak een werkelijke mogelijkheid om vooruitgang te boeken en was zijn gratieverzoek bij voorbaat kansloos.
De overheid hoeft herstel niet te garanderen, maar moet noodzakelijke medische zorg en mogelijkheden tot rehabilitatie aanbieden. Artikel 2:6 van de ‘Beleidsregels tenuitvoerlegging strafrechtelijke en administratiefrechtelijke beslissingen’ bepaalt dat in het eerste jaar na de onherroepelijke levenslange veroordeling een NIFP-onderzoek plaatsvindt om de zorgbehoefte goed in te schatten.
Herbeoordeling in Nederland: 25 en 28 jaar
Sinds 2017 bestaat een procedure met verschillende beoordelingsmomenten. Toestemming om aan terugkeer te werken is iets anders dan een besluit tot vrijlating.
Na 25 jaar: beoordeling van toelating tot re-integratie
De termijn begint bij de aanvang van het voorarrest. Gedurende de eerste 25 jaar bestaat het programma uit gewone detentieactiviteiten, zoals sport en eventueel arbeid. Er bestaat in die periode geen recht op re-integratieactiviteiten of daarop gericht verlof.
Na 25 jaar adviseert het Adviescollege Levenslanggestraften of iemand mag beginnen met activiteiten voor een mogelijke terugkeer. Daarbij wordt gekeken naar:
- gevaar dat samenhangt met het gepleegde delict;
- het risico op nieuwe strafbare feiten;
- gedrag en persoonlijke ontwikkeling tijdens detentie;
- gevolgen voor slachtoffers en nabestaanden.
Voor deze beoordeling vindt observatie in het Pieter Baan Centrum plaats. Onderzoek richt zich onder meer op de persoonlijkheidsontwikkeling, mogelijke stoornissen en het risico op gewelddadig gedrag. Ook worden de belangen van slachtoffers en nabestaanden onderzocht.
Het onafhankelijke Adviescollege bestaat uit een voorzitter en vier leden: twee met een juridische achtergrond, een psycholoog en een psychiater. Het adviseert ook over passende activiteiten en vervolgtoetsing. De staatssecretaris beslist namens de minister over toelating. Bij toelating stelt DJI een persoonlijk detentie- en re-integratieplan op: het D&R-plan. Bij vervolgtoetsing kunnen verdergaande activiteiten aan de orde komen.
Na 28 jaar: ambtshalve gratieprocedure
Sinds 1 juli 2023 vindt de herbeoordeling via een ambtshalve gratieprocedure na 28 jaar detentie plaats, in plaats van na 27 jaar. Ambtshalve betekent dat de overheid deze procedure zelf in gang zet. De mogelijke re-integratiefase duurt daardoor drie jaar in plaats van twee jaar, zodat terugkeer geleidelijker kan worden voorbereid.
Het Openbaar Ministerie, de rechter en het Adviescollege adviseren op basis van onderzoeken over gratie. De minister neemt op basis daarvan een besluit. Een positief besluit leidt tot vrijlating onder voorwaarden. Gratie biedt daarmee een mogelijkheid om de levenslange straf te beëindigen, maar vrijlating na 25 of 28 jaar is niet gegarandeerd.
Wat heeft de Hoge Raad beslist?
In 2016 oordeelde de Hoge Raad dat Nederland geen herbeoordelingsprocedure had die aan de Europese eisen voldeed. De uitvoering bood onvoldoende perspectief op vrijlating en resocialisatie. Zonder aanpassing was het opleggen van levenslang in strijd met artikel 3 EVRM.
Op 19 december 2017 accepteerde de Hoge Raad het nieuwe stelsel in beginsel (ECLI:NL:HR:2017:3185). Het bood op papier een reële mogelijkheid tot herbeoordeling en strafverkorting. Ook kon de strafuitvoering worden getoetst door de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ). De Hoge Raad waarschuwde wel: als levenslange straffen in de praktijk nooit worden verkort, kan alsnog strijd met artikel 3 EVRM ontstaan.
Op 8 juli 2025 verduidelijkte de Hoge Raad dat niet alleen het aantal gratieverleningen telt (ECLI:NL:HR:2025:1114). Ook structurele tekortkomingen zijn relevant. Procedures moeten tijdig verlopen en re-integratieactiviteiten moeten daadwerkelijk beschikbaar zijn. Als daarvoor steeds tussenkomst van de penitentiaire of burgerlijke rechter nodig is, weegt dat steeds zwaarder bij de beoordeling van het stelsel.
Verlof voor levenslanggestraften
De gewone mogelijkheden voor kort- en langdurend re-integratieverlof en arbeid buiten de inrichting vanuit de BBA gelden niet voor levenslanggestraften. Bij hen kan namelijk geen resterende strafduur worden berekend. Incidenteel verlof kan wel mogelijk zijn vanwege omstandigheden die losstaan van re-integratie.
Daarnaast bestaat een bijzondere verlofregeling bij toelating tot re-integratieactiviteiten na 25 jaar. Hiervoor geldt artikel 20d van de Regeling tijdelijk verlaten van de inrichting (Rtvi):
- Het verlof duurt maximaal één dag, volgens lid 5.
- De minister beslist na advies van het Adviescollege.
- Toegestaan verlof wordt opgenomen in het D&R-plan.
- In het verzoek moet staan hoe het verlof bijdraagt aan de re-integratiedoelen uit dat plan.
- Er is altijd elektronisch toezicht.
In het eerste jaar van deelname aan re-integratieactiviteiten vindt verlof plaats met begeleiding en bewaking. Afhankelijk van het gedrag kan het verlof in het tweede jaar zonder begeleiding en bewaking plaatsvinden. Op advies van het Adviescollege kan hiervan worden afgeweken. Artikel 20d lid 3 Rtvi bevat de gronden waarop verlof kan worden geweigerd.
Dagelijks leven, zorg en bezoek
De directeur houdt een zorgplicht tegenover levenslanggestraften. Volgens de RSJ mag alleen het feit dat iemand levenslang heeft niet voldoende zijn om een verzoek om resocialisatieactiviteiten af te wijzen (12 november 2015, 15/2527/GA). Dat staat naast de afzonderlijke procedure voor toelating tot de formele re-integratiefase.
Ook persoonlijke omstandigheden verdienen aandacht. Heeft iemand moeite met contact met arrestanten of kortgestraften, dan moet de inrichting zich inspannen om hem zoveel mogelijk van deze groepen af te schermen (RSJ 20 juli 2011, 10/3087/GA). Een individuele aanpak kan ruimte bieden voor uitzonderingen, keuzevrijheid, arbeid en zelfstudie.
Artikel 39 Pbw geeft recht op minimaal één uur bezoek per week. Langdurige detentie kan echter tot sociaal isolement leiden, waardoor bezoekmogelijkheden weinig worden benut. Bij beslissingen over bezoek moeten persoonlijke omstandigheden meewegen. Dat kan aanleiding geven tot meer flexibiliteit; extra rechten ontstaan niet automatisch door een levenslange straf.
De Raad van Europa heeft daarnaast aanbevelingen gedaan over onder meer verlof en onderzoek naar voorwaardelijke vrijlating. Deze aanbevelingen zijn geen rechtstreeks bindende wetgeving. De uitgangspunten omvatten individuele behandeling, een zo normaal mogelijk leefklimaat, verantwoordelijkheid, veiligheid, het vermijden van afzondering als groep en mogelijkheden om vooruitgang te boeken.
Klagen over beslissingen tijdens detentie
Bij een klacht moet duidelijk zijn welke beslissing wordt aangevochten en wie deze heeft genomen. De beslissing over toelating tot re-integratieactiviteiten komt van de minister, niet van de directeur.
Dat onderscheid was doorslaggevend in een uitspraak van 7 november 2017 (KC 2017/043). Een klacht over een re-integratieplan werd niet-ontvankelijk verklaard: de beklagcommissie kon de klacht niet inhoudelijk behandelen. Er was onvoldoende duidelijk welke directeursbeslissing werd bestreden; bovendien lag de toelatingsbeslissing bij de minister.
Contact met de media
Ook bij mediaverzoeken is een concrete belangenafweging nodig:
- 22 februari 2023, KC 2023/030: interviews waren toegestaan, maar spreken over de strafzaak niet. De directeur had onvoldoende uitgelegd welke belangen uit artikel 40 Pbw daardoor werden bedreigd. De klacht was gegrond en er volgde een tegemoetkoming van € 10. Het beroep werd door de RSJ ongegrond verklaard.
- 5 februari 2024, KC 2024/003: weigering van medewerking aan een documentaire was wel voldoende gemotiveerd vanwege de belangen van nabestaanden. De beklagcommissie benadrukte dat hun behoefte aan rust niet onbeperkt zwaarder kan blijven wegen dan het belang om een eigen visie te uiten. Tegen deze beslissing werd beroep ingesteld.
Kritiek op de gratieprocedure
Een evaluatie uit oktober 2021 beoordeelde de basis van het Adviescollege-stelsel positief. Tegelijk schoot de re-integratiefase tekort door tijdgebrek, onduidelijkheden en onnodige tussenbeslissingen.
De RSJ bepleitte in het advies *Levenslang herzien* uit 2022 besluitvorming door een rechter in plaats van via gratie. Een rechterlijke beoordeling biedt volgens de RSJ betere waarborgen tegen politieke beïnvloeding. Ook Forum Levenslang, opgericht in 2008, zet zich in voor minder detentieschade en werkelijk perspectief op vrijlating. Het Forum bekritiseert onder meer de late beoordeling en onzekere voortgang.
De Nationale ombudsman oordeelde in 2019 dat het OM tekortgeschoten was bij advisering over een gratieverzoek. In 2021 drong hij opnieuw aan op een tijdige, daadwerkelijke herbeoordeling volgens de Europese maatstaven.
De zaak van Cevdet Y. illustreert deze spanning. Na herhaalde rechterlijke oordelen dat onvoldoende redenen bestonden om gratie te weigeren, volgde op 20 januari 2021 een positieve voordracht. Zijn detentie was begonnen op 7 april 1983.
Er zijn plannen geweest om gratie te vervangen door voorwaardelijke invrijheidstelling via de rechter. Op 8 oktober 2024 nam de Tweede Kamer echter een motie aan om daarvan af te zien.
Herziening: een andere route
Herziening gaat niet over ontwikkeling tijdens detentie, maar over de juistheid van de veroordeling. Bij nieuwe gegevens die waarschijnlijk tot een ander oordeel zouden hebben geleid, kan de Hoge Raad worden gevraagd een onherroepelijke veroordeling te herzien.
Verklaart de Hoge Raad het verzoek gegrond, dan behandelt een ander gerechtshof de strafzaak opnieuw. Lucia de Berk is een voorbeeld van herziening bij een levenslange veroordeling. Deze route staat ook open bij andere onherroepelijke strafrechtelijke veroordelingen.
Wat betekent dit voor u?
- Houd de beoordelingen uit elkaar. Toelating tot re-integratie na 25 jaar betekent nog geen gratie of vrijlating.
- Maak uw ontwikkeling zichtbaar. Gedrag, behandeling en persoonlijke groei spelen mee bij de beoordeling.
- Benoem uw zorgbehoefte. Noodzakelijke behandeling is ook van belang voor het perspectief op terugkeer.
- Koppel een verlofverzoek aan uw D&R-plan. Leg uit welk doel het verlof ondersteunt.
- Maak persoonlijke omstandigheden concreet. Bijvoorbeeld bij problemen met bezoek, sociaal isolement of het leefklimaat.
- Controleer bij een klacht wie heeft beslist. Een ministeriële toelatingsbeslissing kan niet als directeursbeslissing worden aangevochten.
Let op
Deze pagina is geschreven vanuit de expertise van Mr. S.P.C. (Stan) Broekmans, gespecialiseerd in detentierecht bij Hameleers Antonides Advocaten. Heeft u een vraag over uw eigen situatie? Neem dan contact op; een eerste inschatting kost u niets.
Vragen over uw situatie?
Bel voor een gratis eerste inschatting of laat uw gegevens achter; u wordt zo snel mogelijk teruggebeld door een advocaat die gespecialiseerd is in detentierecht.