Kennisbank
Forensische zorg en klachtenregelingen
Welke klachtenregeling geldt bij forensische zorg? Lees over uw rechten, klachttermijnen en procedures in detentie, tbs en de ggz.
Bij forensische zorg kunnen beslissingen worden genomen die uw vrijheid of andere rechten beperken. Waar u daarover kunt klagen, hangt af van de juridische grondslag van uw zorg of verblijf: uw ‘zorgtitel’. Alleen de naam van de kliniek zegt dus niet welke klachtenregeling voor u geldt.
Wat is forensische zorg?
Forensische zorg omvat behandeling en begeleiding bij psychiatrische problemen, verslaving of een verstandelijke beperking. Deze zorg kan onderdeel zijn van een straf of maatregel, of als voorwaarde worden opgelegd. Artikel 1.1 lid 2 Wet forensische zorg (Wfz) omvat daarnaast gedwongen zorg waarvoor niet noodzakelijk een strafrechtelijke achtergrond bestaat.
Zorg kan zonder opname plaatsvinden, maar ook in verschillende instellingen:
- Forensisch psychiatrisch centrum (FPC): een gesloten, zwaar beveiligde tbs-kliniek voor patiënten met tbs met dwangverpleging.
- Forensisch psychiatrische kliniek (FPK): een gesloten ggz-instelling waar patiënten met verschillende zorgtitels verblijven. De beveiliging is minder zwaar dan in een FPC.
- Forensisch psychiatrische afdeling (FPA): een afdeling binnen de ggz voor intensieve behandeling, met minder beveiliging dan een FPK. Een forensische verslavingsafdeling richt zich op verslavingsproblematiek.
- Penitentiair psychiatrisch centrum (PPC): onderdeel van het gevangeniswezen, voor gedetineerden met psychiatrische problemen.
Er zijn afzonderlijke klachtenregelingen in de Penitentiaire beginselenwet (Pbw), de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden (Bvt), de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) en de Wet zorg en dwang (Wzd). De algemene zorgklachtenregeling geldt slechts aanvullend.
Gevangeniswezen: zorg tijdens detentie
De Dienst Justitiële Inrichtingen is verantwoordelijk voor forensische zorg binnen justitiële inrichtingen en beoordeelt of behandeling kan wachten tot na detentie. Tijdens detentie wordt zorg geleverd die niet uitstelbaar is. Ook tijdens een ISD-maatregel kan iemand forensische zorg ontvangen. Een penitentiair programma kan geestelijke gezondheidszorg of verslavingszorg bevatten (artikel 5 PM).
Wanneer een gewone detentieomgeving niet geschikt is, kan de selectiefunctionaris iemand op grond van artikel 15 Pbw naar een PPC overplaatsen. Artikel 15 lid 5 Pbw maakt bij noodzakelijke verpleging ook tijdelijke overbrenging naar een accommodatie onder de Wvggz of Wzd mogelijk.
Voor gedetineerden die in een PPC zorg ontvangen, geldt de reguliere beklagprocedure uit hoofdstuk XI Pbw.
Tbs: klagen volgens de Bvt
Tbs met dwangverpleging kan worden opgelegd bij een ernstig delict en een psychische stoornis of gebrekkige ontwikkeling tijdens het delict, wanneer bescherming van de veiligheid dit noodzakelijk maakt (artikel 37a WvSr). De klachtenprocedure voor verpleegden staat in hoofdstuk 14 Bvt.
Waarover kunt u klagen?
Artikel 56 Bvt biedt beklag tegen beslissingen van het hoofd van de inrichting over:
- een disciplinaire straf;
- plaatsing of voortgezet verblijf op een afdeling voor intensieve zorg;
- beperkingen van contact met de buitenwereld;
- weigering of intrekking van toestemming om een kind in de inrichting te laten verblijven;
- andere beperkingen van een recht;
- intrekking van verlof dat op dat moment langer dan een week aaneengesloten heeft geduurd;
- intrekking van proefverlof.
Voor sommige maatregelen geldt eerst een wachttijd (artikel 57 Bvt): een week bij beperking van bewegingsvrijheid, een dag bij separatie en twee dagen bij afzondering. Separatie en afzondering zijn vormen van apart plaatsen. Ook tegen verlenging van separatie of afzondering en tegen cameraobservatie staat beklag open.
Een personeelsbeslissing geldt doorgaans als een beslissing van het hoofd. Ook weigeren te beslissen kan worden aangevochten. Gedrag buiten de functie-uitoefening levert daarentegen geen beklagwaardige beslissing op.
Tegen algemene maatregelen staat in beginsel geen beklag open. Een uitzondering kan bestaan wanneer uw persoonlijke situatie een andere beoordeling rechtvaardigt of een verzoek om een uitzondering is afgewezen. De RSJ bevestigde dit bij coronamaatregelen (R-20/7098/TA en 21/22515/TA).
Klacht indienen en bemiddeling
Dien uw klacht schriftelijk in bij de secretaris van de beklagcommissie van de inrichting waar de beslissing is genomen. Beschrijf precies welke beslissing u bestrijdt en waarom. Een verplicht model bestaat niet. Wie onvoldoende Nederlands beheerst, mag een andere taal gebruiken (artikel 58 Bvt).
De indieningstermijn is zeven dagen nadat u van de beslissing kennis heeft gekregen. Zonder geldige reden te laat indienen leidt tot niet-ontvankelijkheid: de commissie behandelt de inhoud dan niet. Een eerdere poging om het probleem zelf op te lossen kan een geldige reden voor vertraging zijn (RSJ 16/1181/TA). Wacht ook niet tot na het verlaten van de inrichting met indienen.
Over bejegening of de manier waarop de inrichting haar zorgplicht uitvoert, kunt u bemiddeling vragen bij de commissie van toezicht (artikel 55 Bvt). Over de uitvoering van een zorgplicht, bijvoorbeeld het tijdstip van voedselverstrekking, staat geen beklag open (artikel 56 lid 4 Bvt).
Gaat bemiddeling over een beslissing waartegen wel beklag mogelijk is, vraag die dan eveneens binnen zeven dagen aan. De commissie streeft binnen vier weken naar een oplossing. Het lid dat heeft bemiddeld, mag daarna niet deelnemen aan de beklagcommissie over die klacht.
Behandeling, bewijs en schorsing
De beklagcommissie bestaat uit drie leden van de commissie van toezicht; eenvoudige zaken kunnen door één beklagrechter worden behandeld (artikel 59 Bvt). U krijgt de reactie van het hoofd en kunt doorgaans tijdens een besloten zitting uw standpunt toelichten. U kunt rechtsbijstand krijgen of, met toestemming, ondersteuning door een vertrouwenspersoon. Zo nodig wordt een tolk ingeschakeld (artikelen 60–62 Bvt).
De commissie kan getuigen horen en camerabeelden bekijken. Bij een straf die op camerabeelden berust, moeten die beelden voor de procedure beschikbaar blijven. In RSJ 07/1466/GA kon een beslissing niet blijven bestaan doordat de beschuldiging geheel steunde op verdwenen beelden. Niet iedere zaak vereist camerabeelden: een voldoende duidelijk schriftelijk verslag kan volstaan.
Wilt u dat de bestreden beslissing voorlopig niet wordt uitgevoerd? Dien naast uw klacht een afzonderlijk schorsingsverzoek in bij de voorzitter van de beroepscommissie van de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ), op grond van artikel 64 Bvt.
Uitspraak en beroep
De commissie moet binnen vier weken na ontvangst uitspraak doen. Bij bijzondere omstandigheden is maximaal vier weken verlenging mogelijk (artikel 65 Bvt).
Een klacht kan niet-ontvankelijk, ongegrond of gegrond zijn. Gegrond betekent dat de beslissing strijdig is met geldende regels of, na afweging van de belangen, onredelijk of onbillijk is. De commissie kan de beslissing vernietigen, vervangen of een nieuwe beslissing opdragen. Zijn gevolgen niet meer te herstellen, dan kan een tegemoetkoming volgen, eventueel in geld (artikel 66 Bvt).
U en het hoofd kunnen binnen zeven dagen na ontvangst of mondelinge bekendmaking van de uitspraak beroep instellen bij de RSJ (artikel 67 Bvt). Beroep schorst de uitvoering niet automatisch, behalve voor een toegekende tegemoetkoming. Schorsing kan afzonderlijk worden gevraagd. Tegen alleen het uitblijven van een uitspraak staat geen beroep open (RSJ 21/24699/TA).
Geestelijke gezondheidszorg: de Wvggz
De Wvggz regelt verplichte zorg bij een psychische stoornis die ernstig nadeel veroorzaakt. Volgens artikel 3:3 Wvggz moeten vrijwillige mogelijkheden ontbreken, mag geen minder belastend effectief alternatief bestaan, moet de zorg in verhouding staan tot het doel en moet zij naar verwachting werken.
Verplichte zorg kan berusten op een zorgmachtiging of crisismaatregel. Een eerste zorgmachtiging duurt maximaal zes maanden; een aansluitende machtiging maximaal een jaar (artikel 6:5 Wvggz). Ook de strafrechter kan een civiele zorgmachtiging afgeven, bijvoorbeeld bij het niet verlengen van tbs (artikel 2.3 Wfz).
Waarover kunt u klagen?
Artikel 10:3 Wvggz bevat de onderwerpen waarover de klachtencommissie mag oordelen. Daaronder vallen:
- het oordeel dat u uw zorgbelangen niet goed zelf kunt beoordelen;
- de zelfbindingsverklaring, waarin afspraken over behandeling worden vastgelegd;
- tijdelijke verplichte zorg vóór een crisismaatregel, behalve klachten over de politieambtenaar;
- dossierbeheer en geheimhouding;
- uitvoering van verplichte zorg en de voorwaarden daarvoor;
- aanvullende tijdelijke dwangzorg, de duur daarvan en bijbehorende procedurele eisen;
- onderzoek naar verboden of gevaarlijke voorwerpen en huisregels;
- overdracht van de zorgverantwoordelijkheid;
- tijdelijke onderbreking, voorwaarden bij beëindiging en evaluatie van verplichte zorg;
- aanwijzing van een zorgverantwoordelijke, het zorgplan en behandelvoorwaarden;
- noodmaatregelen buiten het zorgplan en bezoekbeperkingen.
De klachtprocedure is niet bedoeld om de inhoud van de zorgmachtiging of crisismaatregel zelf aan te vechten. Zo’n klacht is niet-ontvankelijk (artikel 10:6 lid 2 Wvggz).
Verstandelijke beperking en psychogeriatrie: de Wzd
De Wzd regelt onvrijwillige zorg bij een verstandelijke beperking of een psychogeriatrische aandoening, zoals dementie. Het kan gaan om zorg waarmee een cliënt die zelf kan beslissen niet instemt, maar ook om verzet van een cliënt die dat niet kan of het ontbreken van instemming van diens vertegenwoordiger.
Gedwongen opname kan plaatsvinden op grond van een rechterlijke machtiging of, bij een crisis, een beschikking tot inbewaringstelling. Opname moet noodzakelijk en geschikt zijn om ernstig nadeel tegen te gaan; minder ingrijpende mogelijkheden moeten ontbreken (artikelen 26 en 27 Wzd).
Artikel 55 Wzd biedt een klachtmogelijkheid over:
- de beoordeling of u uw eigen belangen kunt afwegen;
- onvrijwillige zorg in het zorgplan en de uitvoering daarvan;
- zorg bij onvoorziene situaties;
- dossierbeheer over onvrijwillige zorg;
- verlof en ontslag.
Een klacht over het opnamebesluit, de rechterlijke machtiging tot opname en verblijf of de inbewaringstelling zelf wordt niet inhoudelijk behandeld (artikel 56b lid 2 Wzd).
Klachtprocedure bij de Wvggz en Wzd
U, uw vertegenwoordiger of een nabestaande kan schriftelijk en gemotiveerd klagen bij de onafhankelijke klachtencommissie. Deze heeft minstens drie leden, een oneven ledental en geen leden die voor de zorgaanbieder werken. Beide wetten kennen geen indieningstermijn.
Beide partijen mogen worden gehoord en ondersteuning meenemen. De behandeling moet plaatsvinden op een voor de cliënt goed bereikbare locatie, met bescherming van de privacy.
De commissie beslist schriftelijk en gemotiveerd binnen veertien dagen. Heeft de bestreden beslissing bij indiening geen gevolgen meer, dan geldt vier weken (artikel 10:5 Wvggz en artikel 56a Wzd). De commissie kan de beslissing schorsen, vernietigen en een nieuwe beslissing opdragen. Op verzoek kan zij ook schadevergoeding toekennen.
Na de uitspraak, of wanneer deze niet tijdig komt, kunt u binnen zes weken een gemotiveerd verzoekschrift aan de rechter sturen. De rechter beslist binnen vier weken; hoger beroep is uitgesloten (artikelen 10:7 en 10:9 Wvggz; artikelen 56c en 56e Wzd).
Een verblijf in dezelfde kliniek als tbs-patiënten verandert deze route niet. De RSJ bevestigde dat de Bvt-beklagcommissie niet bevoegd was bij klachten van een patiënt met een Wvggz-titel (11 december 2020, R-20/7920/TA en R-20/7926/TA).
Algemene zorgklachten: de Wkkgz
De Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) biedt alleen ruimte waar de bijzondere klachtenregelingen niet gelden. U kunt daarmee dus niet de Pbw, Bvt, Wvggz of Wzd omzeilen.
Een cliënt, vertegenwoordiger of nabestaande kan schriftelijk klagen over gedrag tijdens de zorgverlening. Ook weigering iemand als vertegenwoordiger te erkennen kan onderwerp zijn van een klacht (artikel 14 Wkkgz). De klachtenfunctionaris geeft gratis advies en kan helpen het gesprek op gang te brengen.
De zorgaanbieder moet zorgvuldig onderzoek doen en binnen zes weken het oordeel, eventuele maatregelen en de uitvoeringstermijn meedelen (artikelen 16 en 17 Wkkgz).
Een erkende geschilleninstantie kan vervolgens worden benaderd als de klachtenregeling niet wordt nageleefd, de uitkomst onvoldoende oplossing biedt of redelijkerwijs niet kan worden verlangd dat u eerst bij de zorgaanbieder klaagt. Zij geeft een bindend advies en kan schadevergoeding toekennen tot in ieder geval €25.000. De uitspraak volgt in beginsel binnen zes maanden (artikelen 20 en 22 Wkkgz).
Wat betekent dit voor u?
Controleer eerst uw zorgtitel en de beslissing waarover u wilt klagen. Noteer wanneer u daarvan hoorde en bewaar de beslissing en correspondentie. Vooral onder de Bvt zijn de termijnen kort.
Beschrijf concreet wat er gebeurde, waarom u het oneens bent en welke oplossing u vraagt. Denk bij aanhoudende gevolgen ook aan schorsing. Familie kan helpen met het ordenen van stukken; bij de Wvggz, Wzd en Wkkgz hebben vertegenwoordigers en nabestaanden daarnaast zelf klachtmogelijkheden.
Let op
Deze pagina is geschreven vanuit de expertise van Mr. S.P.C. (Stan) Broekmans, gespecialiseerd in detentierecht bij Hameleers Antonides Advocaten. Heeft u een vraag over uw eigen situatie? Neem dan contact op; een eerste inschatting kost u niets.
Vragen over uw situatie?
Bel voor een gratis eerste inschatting of laat uw gegevens achter; u wordt zo snel mogelijk teruggebeld door een advocaat die gespecialiseerd is in detentierecht.