Kennisbank
Disciplinaire straffen
Welke disciplinaire straffen zijn toegestaan in detentie, jeugdinrichtingen en tbs, welke rechten behoudt u en hoe kunt u klagen?
Een disciplinaire straf is een straf voor verwijtbaar gedrag tijdens uw verblijf in een inrichting. De directie moet kunnen onderbouwen wat u heeft gedaan en waarom de gekozen straf passend is. Welke straffen zijn toegestaan, verschilt tussen het gevangeniswezen, justitiële jeugdinrichtingen en tbs-klinieken.
Wanneer mag een disciplinaire straf worden opgelegd?
Het moet gaan om gedrag dat de orde, veiligheid of uitvoering van de vrijheidsbeneming verstoort. Een vermoeden dat u iets gáát doen, is onvoldoende. Ook moet u persoonlijk een verwijt kunnen worden gemaakt: collectief straffen is niet toegestaan. Meehelpen aan of uitlokken van een gedraging kan wel strafbaar zijn, overeenkomstig de artikelen 47 en 48 Wetboek van Strafrecht.
Een disciplinaire overtreding hoeft geen misdrijf of overtreding volgens het gewone strafrecht te zijn. Omgekeerd kan bijvoorbeeld een vechtpartij zowel tot disciplinaire bestraffing als tot aangifte leiden.
Een ordemaatregel heeft een ander doel: veiligheid waarborgen, bijvoorbeeld bij suïcidegevaar. Daarvoor is geen verwijt nodig. De maatregel moet eindigen zodra dat verantwoord kan. Afzondering als straf is een laatste middel: kies de minst ingrijpende mogelijkheid en houd de duur zo kort mogelijk.
De procedure: rapport, horen en beslissing
Rapport en bewijs
De medewerker die het incident waarneemt, moet zelf een nauwkeurig, volledig en waarheidsgetrouw verslag opstellen. Dat kan ook een andere medewerker dan een bewaarder zijn. U moet zonder onnodig uitstel horen dat het incident aan de directie wordt gerapporteerd. In uitspraken zijn zowel drie dagen als, onder de betreffende omstandigheden, anderhalf uur te laat gevonden.
De directeur moet op aannemelijke feiten zijn overtuiging baseren dat u de gedraging heeft begaan. Personeelsrapporten gelden niet automatisch als verklaringen op ambtseed. Heeft de directeur het gedrag zelf gezien, dan kan een rapport achterwege blijven; horen blijft verplicht.
Bewaardersarrest en horen
In afwachting van een beslissing kan tijdelijk afzondering worden toegepast: bewaardersarrest, maximaal vijftien uur. Het mag geen automatische standaardreactie zijn. De beklagrechter vond in zaak KC 2017/013 dat de noodzaak van onmiddellijke afzondering ontbrak.
De directeur moet u vóór de strafbeslissing horen en, bij bewaardersarrest, vóór afloop van die vijftien uur. Afwezigheid is geen excuus: telefonisch horen kan ook. Wie zelf een behoorlijke gelegenheid om te worden gehoord weigert, kan daarmee verhinderen dat het horen plaatsvindt zonder dat de hoorplicht is geschonden.
Afhandeling van het rapport moet in beginsel binnen 24 uur na aanzegging gebeuren. Alleen bijzondere omstandigheden rechtvaardigen afwijking; organisatorische problemen of navraag bij medewerkers zijn daarvoor niet zonder meer voldoende.
Schriftelijke beslissing en uitvoering
U moet de schriftelijke beslissing zonder onnodig uitstel ontvangen. Daarin horen het concrete gedrag, de redenen, datum, strafduur, ondertekening, het horen en de mogelijkheden van beklag en schorsing te staan. Alleen schrijven dat u ‘de orde heeft verstoord’ is onvoldoende.
De uitvoering begint zonder onnodig uitstel, eventueel aansluitend op een andere straf. Terugwerkende kracht, achteraf verzwaren en omzetting van een straf in een ordemaatregel zijn niet toegestaan. Eerdere afzondering wordt niet automatisch afgetrokken, maar de directie kan daarmee rekening houden.
Gevangeniswezen
De artikelen 50 en 51 Penitentiaire beginselenwet (Pbw) regelen de bestraffing. Alleen de directeur of een bevoegde plaatsvervanger mag beslissen, niet een medewerker die daarvoor uitsluitend een machtiging heeft gekregen (artikel 5 lid 4 Pbw).
Welke straffen zijn toegestaan?
Artikel 51 lid 1 Pbw bevat een uitputtende lijst:
- Opsluiting in een strafcel of andere verblijfsruimte, zoals de eigen cel: maximaal twee weken, oftewel 14 × 24 uur.
- Ontzegging van bezoek van bepaalde personen: maximaal vier weken, uitsluitend wanneer het incident verband hield met hun bezoek.
- Uitsluiting van bepaalde activiteiten: maximaal twee weken. Het wettelijke recht op luchten blijft bestaan.
- Weigering, intrekking of beperking van het eerstvolgende verlof.
- Een geldboete: maximaal tweemaal het geldende weekloon van de inrichting of afdeling, ook als u niet werkt.
Een boete mag niet zonder uw toestemming van uw rekening-courant worden afgeschreven. Zij mag evenmin worden gebruikt als schadevergoeding of als straf voor weigering van een schadevergoedingsregeling. Bij niet-betaling kan vervangende uitsluiting van programma-activiteiten toegestaan zijn.
Persoonlijke verantwoordelijkheid en omstandigheden
Verboden telefoongebruik en contact met media zonder toestemming kunnen tot bestraffing leiden. Ook incidenten tijdens transport of verlof kunnen worden bestraft, wanneer dat verblijf buiten de inrichting onderdeel is van de vrijheidsbeneming.
Bij verboden spullen op een gedeelde cel moet uw eigen verantwoordelijkheid worden onderzocht. De RSJ, de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming, vernietigde een straf toen een celgenoot alle spullen voor zijn rekening nam. In andere zaken maakte de vindplaats juist aannemelijk dat de klager ervan wist. Een bekentenis van een celgenoot sluit uw verantwoordelijkheid dus niet vanzelf uit.
Niet ieder verdacht voorwerp rechtvaardigt een straf. Bij peper in de onderbroek tijdens een urinecontrole ontbrak bewijs dat de test daardoor kon worden beïnvloed; peper was op zichzelf niet verboden (RSJ 28 april 2021, 21/21086/SGA).
Sinds de intrekking van de Sanctiekaart op 1 juli 2021 staat een persoonsgerichte beoordeling centraal. Ook eerdere sancties kunnen meewegen. Medische omstandigheden verdienen aandacht: bij ernstige claustrofobie werd strafcelplaatsing onredelijk gevonden omdat alternatieven niet waren onderzocht (KC 2022/009).
Rechten tijdens opsluiting
Bij strafcelverblijf langer dan 24 uur moeten de commissie van toezicht en inrichtingsarts direct worden geïnformeerd (artikel 55 lid 2 Pbw). Dagelijks bezoek en dagelijkse beoordeling of isolatie kan eindigen horen daarbij. Beperkingen mogen niet verder gaan dan noodzakelijk; voorzieningen moeten individueel worden beoordeeld.
U behoudt dagelijks een uur buitenlucht (artikel 55 lid 1 Pbw). Gewoon contact met de buitenwereld kan worden beperkt. Bezoek en post van uw advocaat blijven mogelijk, evenals bellen wanneer noodzaak en gelegenheid bestaan. Bij straf op eigen cel kan de televisie worden verwijderd, maar dat moet in de strafbeslissing staan.
Cameratoezicht vereist noodzaak vanwege uw lichamelijke of geestelijke toestand. Vooraf is advies van een gedragsdeskundige of arts nodig; bij spoed volgt dat zo snel mogelijk achteraf. De toiletruimte mag niet herkenbaar in beeld komen.
Strafduur, combineren en voorwaardelijke straffen
Een straf verlengen mag niet. Een nieuwe overtreding kan wel een nieuwe straf opleveren. Opsluiting en activiteitenuitsluiting voor hetzelfde feit mogen samen maximaal twee weken duren. Een aaneengesloten strafcelverblijf van 28 dagen door stapeling is onredelijk gevonden. Ook bij omzetting van één dag afzondering als ordemaatregel naar veertien dagen strafcel werd de maximale duur overschreden.
Een straf kan geheel of gedeeltelijk voorwaardelijk zijn: uitvoering hangt dan af van naleving van voorwaarden. Artikel 53 Pbw kent maximaal drie maanden proeftijd, vanaf de dag na oplegging. Voorwaarden en proeftijd moeten schriftelijk worden vastgelegd.
Bestraffing en promoveren of degraderen zijn afzonderlijke beslissingen, maar ontoelaatbaar gedrag kan ook degradatie of niet-promoveren opleveren.
Justitiële jeugdinrichtingen
Voor jeugdigen gelden de artikelen 54 en 55 Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen (Bjj). Alleen de directeur of bevoegde vervanger mag straffen (artikel 4 lid 4 onder l Bjj). Voorbeelden van bestrafbaar gedrag zijn weigering van een urinecontrole, nachtelijke geluidsoverlast, verboden spullen, roken op cel en betrokkenheid bij een ruzie.
Straffen en leeftijdsgrenzen
Artikel 55 lid 1 Bjj staat toe:
- Opsluiting in een strafcel of andere verblijfsruimte: maximaal vier dagen onder zestien jaar; maximaal zeven dagen vanaf zestien jaar.
- Uitsluiting van bepaalde activiteiten: dezelfde leeftijdsafhankelijke maxima.
- Ontzegging van bezoek van bepaalde personen: maximaal vier weken, alleen bij verband met hun bezoek.
- Weigering, intrekking of beperking van het eerstvolgende verlof.
- Een geldboete: maximaal het zakgeld van één week, bedoeld in artikel 51 lid 3 Bjj.
Gecombineerde opsluiting en activiteitenuitsluiting mogen samen niet boven vier respectievelijk zeven dagen uitkomen. Verlof als straf voor een langere periode intrekken mag niet. Ook een bezoekbeperking wegens weigering van een urinecontrole werd onrechtmatig gevonden, omdat het vereiste verband met bezoek ontbrak (KC 2017/034).
Bijzondere waarborgen
Bewaardersarrest in een afzonderingscel vereist dat onmiddellijke afzondering noodzakelijk is (artikel 25 lid 4 Bjj). De vijftien uur loopt ook ’s nachts door. De directeur moet zelf horen en mag dat niet aan een ander personeelslid overlaten (artikel 61 lid 1 Bjj). De schriftelijke beslissing moet onverwijld, in ieder geval binnen 24 uur, worden uitgereikt.
Bij afzondering langer dan 24 uur worden ook ouders of voogd, stiefouder of pleegouders onmiddellijk geïnformeerd, naast de commissie van toezicht en arts. Dagelijks een uur luchten en de bijzondere contactmogelijkheden met de advocaat blijven bestaan.
Cameratoezicht vereist bescherming van de lichamelijke of geestelijke toestand en voorafgaand deskundig of medisch advies, behalve wanneer spoed uitstel onmogelijk maakt (artikel 55a Bjj).
Voorwaardelijke bestraffing is mogelijk met maximaal twee maanden proeftijd, vanaf de dag na oplegging (artikel 57 Bjj).
Tbs-klinieken
De artikelen 48 en 49 Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden (Bvt) regelen disciplinaire straffen. Alleen het hoofd van de inrichting of een bevoegde vervanger mag deze opleggen. Tbs-klinieken gebruiken vaker ordemaatregelen, omdat die doorgaans beter aansluiten bij behandeling. Ook hier vereist bestraffing persoonlijke verwijtbaarheid.
Toegestane straffen
Artikel 49 lid 1 Bvt staat uitsluitend toe:
- Afzondering in de eigen verblijfsruimte, de hele dag of bepaalde uren: maximaal twee weken.
- Beperking van bewegingsvrijheid tot de afdeling: maximaal twee weken.
- Een geldboete: tot het door de minister bepaalde maximum.
- Ontzegging van bezoek van bepaalde personen: maximaal twee weken, bij verband met hun bezoek.
- Uitsluiting van gemeenschappelijke activiteiten of werkzaamheden: maximaal twee weken, wanneer het incident daarmee verband hield.
Afzondering en activiteitenuitsluiting mogen samen maximaal twee weken duren. De Bvt kent geen geheel of gedeeltelijk voorwaardelijke disciplinaire straf.
Afzondering en rechten
Bij dringende noodzaak kan het afdelingshoofd maximaal vijftien uur separatie opleggen (artikel 34 lid 3 Bvt). Dat zijn doorlopende klokuren, inclusief de nacht. Voor horen geldt artikel 53 lid 1 Bvt; voor de schriftelijke beslissing artikel 54 lid 1 Bvt.
Het recht op dagelijks buitenlucht blijft bestaan (artikel 43 lid 3 Bvt). Ook bezoek, post en zo nodig telefonisch contact met de advocaat blijven mogelijk. Cameratoezicht kan noodzakelijk zijn ter bescherming van de gezondheid, bijvoorbeeld bij vermoedelijk ingeslikte verboden spullen.
Klagen over een disciplinaire straf
U kunt binnen zeven dagen beklag instellen. De schriftelijke beslissing moet die mogelijkheid noemen. De beklagcommissie beoordeelt het bewijs, uw verantwoordelijkheid en of de straf redelijk is gezien alle omstandigheden. Vergelijkbare gevallen behoren vergelijkbaar te worden bestraft. In beroep beoordeelt de beroepscommissie van de RSJ de zaak.
Richt uw klacht tegen de strafbeslissing zelf. Voeg procedurefouten toe, zoals niet horen of te late uitreiking. Alleen klagen over zo’n vormfout kan tot niet-ontvankelijkheid leiden: dan volgt geen inhoudelijke beoordeling.
Ook tegen bewaardersarrest staat beklag open. Tijdens de klachtprocedure kunt u schorsing vragen: tijdelijke gehele of gedeeltelijke stopzetting van de uitvoering. Voor een voorwaardelijke straf kan dat niet.
Bewijs kan doorslaggevend zijn. In KC 2020/029 weigerde de directie camerabeelden te tonen en bood de beschrijving onvoldoende duidelijkheid. De klacht werd gegrond en een tegemoetkoming toegekend.
Wat betekent dit voor u?
- Bewaar de strafbeslissing en noteer wanneer het rapport is aangezegd, afzondering begon, u bent gehoord en de beslissing is uitgereikt.
- Leg concreet uit wat volgens u onjuist is en welke getuigen of camerabeelden uw verhaal ondersteunen.
- Meld medische en persoonlijke omstandigheden die de straf extra belastend maken.
- Controleer strafsoort, duur en het vereiste verband met bijvoorbeeld bezoek.
- Laat de termijn van zeven dagen niet voorbijgaan en bespreek zo nodig met uw advocaat een schorsingsverzoek.
Let op
Deze pagina is geschreven vanuit de expertise van Mr. S.P.C. (Stan) Broekmans, gespecialiseerd in detentierecht bij Hameleers Antonides Advocaten. Heeft u een vraag over uw eigen situatie? Neem dan contact op; een eerste inschatting kost u niets.
Vragen over uw situatie?
Bel voor een gratis eerste inschatting of laat uw gegevens achter; u wordt zo snel mogelijk teruggebeld door een advocaat die gespecialiseerd is in detentierecht.